Op de praatstoel: Jan De Waele
Even voorstellen.Geboren in Waregem en nu woonachtig in Kuurne. Nu genietend van zijn pensioen na een 40 jarige loopbaan als industrieel ingenieur onderhoud bij Bekaert Textiles in Waregem en Depoortere Fréres in Moeskroen. Sedert 1980 lid van Windsurfing Gavermeer. Heeft u een sportieve jeugd gehad? Feitelijk niet. Tot mijn 21ste was ik Chiroleider. Alle vrije tijd werd door de jeugdbeweging in beslag genomen. Waarom windsurfen? Na mijn “leiderschap bij de jeugdbeweging” had ik eerst gedacht aan waterski. Bij een club in Eke leerde ik de sport kennen. En die is tegengevallen in die zin dat je telkens een boot met stuurman moet huren en de trips van korte duur waren. Via Bloso leerde ik het windsurfen kennen . Een sport die toen “in” was. In 1979 behaalde ik mijn 1ste graad. Het jaar daarop mijn 2de. Met Geert Bourgeois als lesgever behaalde ik in Nieuwpoort mijn zeebrevet : 3de graad. Trouw aan de lange plank? De meeste activiteiten werden gevaren met de lange plank. Deze was het best geschikt om het uitgelegde parkoer te varen. Met veel geduld en volharding lukte het mij om goede resultaten bijeen te surfen. De laatste jaren vaar ik ook regelmatig met de funboards. Op het spaarbekken in Nieuwpoort en op het Veerse meer is deze plank ideaal vanaf een 4-tal BF. “Surf” alternatieven? In 1980 was er de rage van de custom-made plank. Ik fabriceerde een rondbodem, een korte funboard en een raceboard. Mijn garage was en is nog steeds een surfarsenaal. In 2008 heb ik mijn speedsail herwerkt in inox. In de nieuwsbrief van 2008 is daar een uitvoering verslag van verschenen. Waarom in het “vreemde” gaan surfen? Onder vreemde is hier wel te verstaan: onze Belgische kust, het Veerse meer. Op de Gavers is de wind veelal ver te zoeken, slechts enkele dagen per jaar goede wind en meestal tijdens weekdagen. Het element”de wind” primordiaal voor een windsurfer, is hier bijna nog alleen goed om te leren surfen. Eenmaal men de techniek onder de knie heeft gaat men andere winderige oorden opzoeken. Clublid in hart en nieren. Als er op de club een activiteit wordt georganiseerd , surfen of iets anders, wil ik erbij zijn. Gezelligheid met leeftijdsgenoten op het water of in het clubhuisbij een “witteke van Hoegaarden” zijn door niets te vervangen. Vroeger – de goede oude tijd – waren in de stille periode (wintermaanden) wekelijks activiteiten rond het water. De zondagvoormiddag was onze jogging dag. Met een 20-tal, rondjes lopen rond de Gavers en dan napraten in het clubhuis bij een lekker aperitiefje. Ik vraag mij af waarom dit nu niet meer kan. Jongeren en de club. Het valt mij op dat de jongeren (maar ook ouderen) moeilijk te bewegen zijn om over het algemeen aan de clubactiviteiten deel te nemen. De verbondenheid met de club staat bij velen op een laag pitje. Men vindt nogal gemakkelijk een uitvlucht om zich afzijdig te houden. Nochtans wordt door enkele jongere bestuursleden hard gewerkt om de jeugd weer actief te laten meedoen met de activiteiten. Vernieuwing van de “sportcite” op de Gavers. Ik volg natuurlijk van op afstand de vordering van de werken . De inplantingplaats van de nieuwe loods is optimaal om te vertrekken en terug aan te meren. Hopelijk heeft men ook aandacht geschonken aan de surfers die met hun eigen materiaal komen surfen. Een degelijke “los – en optuig “zone moet er zeker komen. Uw visie over de toekomst van de club. Er zijn enkele zaken die mij opvallen: - de doorstroming van leerlingen via de surfschool als clublid is minimaal - jongeren zijn de toekomst van de club – ik zou ze graag meer aanwezig zien op en rond het water - wat voor mij wel het belangrijkste is : de sleutelfuncties in het bestuur worden allemaal opgenomen door “oudjes” - er zou nu reeds een planning moeten worden opgesteld om de toekomst te verzekeren om alzo voor geen onaangename verrassingen te staan - let wel – ik hoop van harte dat zij “de oudjes” nog jaren lang de club met bekwame hand zullen leiden Bedankt Jan voor dit gesprek. augustus 2010 jozef |
Even voorstellen.