Op de praatstoel: Kenneth Beelprez

Kenneth BeelprezLeeftijd: 19
Aantal jaren lid: 5 jaar
Aantal jaren monitor: 2 jaar, nu derde

Een zonnige zaterdag eind januari. De examens zijn net achter de rug. Oef! Hét moment dus om een ijverige student en medewerker-moni van de surfschool eens te interviewen. Ditmaal ben ik te gast bij moni Kenneth Beelprez die de Raoul Termote-trofee 2007 in de wacht wist te slepen.

De Wisseltrofee Raoul Termote is een trofee die jaarlijks uitgereikt wordt aan de meest verdienstelijke onbaatzuchtige jongere van de club. Althans als er kandidaten zijn die aan al onze strenge criteria voldoen. De trofee zag eind 1993 het levenslicht na het twintigjarige voorzitterschap van Raoul Termote.


Kenneth, hoe ben je met het windsurfen in aanraking gekomen?
Mijn opa was vroeger windsurfer en hij vertelde me daar geregeld over. Zo werd mijn nieuwsgierigheid om dat ook eens te proberen aangewakkerd. Op een gegeven moment zag ik de surfkampen staan in een brochure van de sportdienst van Kortrijk. Toen ik m’n opa vertelde dat ik zo’n kamp wilde volgen kreeg ik meteen het goede nieuws dat ik zijn oud materiaal mocht hebben. Het was een Mistral Pandera plank en een Mistral zeil van 6,5 vierkante meter. Het was geen nieuw materiaal, maar ook niet ouderwets. Het was bijvoorbeeld geen zo’n aftands driehoekig zeil. De plank heb ik gebruikt, maar het zeil niet. Het was een beetje te groot.

En ‘What keeps you going on!’?
Ik heb mijn eigen materiaal en ik heb ook de mogelijkheid om op reis te surfen. En dat is een leuke bezigheid. Mijn eerste graad heb ik tegelijkertijd gedaan met Pauline. Maar toen kenden we elkaar niet echt. Het is pas achteraf tijdens de zondagstrainingen en via msn dat we meer bevriend zijn geraakt. Wij zijn overigens de enige twee van onze groep die nu nog op regelmatige basis surfen. Samen hebben we beslist om het jaar nadien onze tweede graad te doen. En zo ben ik blijven verder doen. That’s what keeps me going on!

Waarmee vaar je of heb je gevaren?
Tijdens mijn eerste jaar heb ik met mijn opa’s plank gesurft. Daarna heb ik een F2 Axis met een volume van 93 liter gekocht. Met die plank heb ik niet echt veel gesurft, want hij had een beetje te weinig volume voor op de Gavers. Dus dan ben ik uit noodzaak teruggevallen op mijn opa’s plank. Kort daarna heb ik dan een Mistral MTX van de club gekocht (140L). Nu begin ik terug wat meer te surfen met mijn Axis. Tijdens de afgelopen zomer heb ik ook bij weinig wind met mijn Axis gesurft om zo mijn plank terug gewend te worden.

Windsurfen is niet je enige sport?
Neen, ik speel ook nog basketbal bij basketclub OLBAK-Bissegem. Die club is een fusie tijdens een Kortrijkse club en een Bissegemse ploeg. Ik speel er bij de hoogste provinciale reeks van de jeugd, ook junioren genaamd. Misschien ga ik volgend jaar naar de 4e provinciale Heren of nog een jaar junior of een combinatie van beide.

En zijn jullie goed?
Naar alle bescheidenheid mag ik zeggen van wel. Vorig jaar hebben we kampioen gespeeld en ook dit jaar zijn we goed op weg om er nog een jaartje bij te doen.

Hoe blijf je het combineren?
Het meeste van mijn tijd gaat naar basket omdat het competitie is. Het is een verplichting, maar dan in de positieve zin van het woord. Doordat het een teamsport is, moet je gaan uit teamspirit. Tevens zijn alle wedstrijden op voorhand gepland. Inzet is zeer belangrijk om mee te kunnen doen met de wedstrijden. Ook is het meer een wintersport. Het seizoen start eind augustus en loopt op zijn einde eind april. De trainingen zijn tijdens de week en op weekdagen is het voor mij sowieso al moeilijk om te gaan surfen.
Op andere windrijke, vrije dagen kun je me op het water vinden.

Hoe lang ben je al monitor? Hoe ben je eraan begonnen?
Ik ben nu al 2 jaar monitor. Mijn derde zomer komt tegemoet.
Het is allemaal begonnen na de tweede graad. Wouter vroeg me toen of ik het niet zou zien zitten om door te gaan voor monitor. Ik dacht eerst bij mezelf: “ Is dit wel iets voor mij? Ben ik daar wel toe in staat?”. Het idee niet volledig genegen ben ik dan nog regelmatiger naar de zondagstrainingen gekomen om me beter voor te bereiden. Twijfel is er geweest! Maar door met andere geïnteresseerden zoals Andreas gesproken te hebben begon ik er anders over te denken. Wie niet waagt, niet wint! En volgens Wouter was het een unieke ervaring is die ik zeker moest proberen. Ook dreigde er toen een licht tekort aan monitoren. Wouter zei dat het bestuur maar al te graag meer goede moni’s ter beschikking wilde hebben.

En hoe heb je de opleiding ervaren?
In de paasvakantie van 2006 ben ik samen met Andreas, Ann-sofie en Emile gestart met de moni-opleiding te Nieuwpoort. Het was redelijk intensief. We kregen veel les, maar het bleef boeiend. Je leert tenslotte veel bij. En les volgen in een bende die je kent, maakt het wel leuker. De groep van Gavermeer was het grootst.
Voor de theorie was ik meteen geslaagd. Voor de praktische proef kon ik niet gaan, want ik ging die week met school op studiereis naar Tsjechië. Daardoor heb ik die proef later gedaan bij de herkansers. Maar helaas niet succesvol want ik was niet geslaagd voor didactiek. Ik gaf les vanuit een boot en omdat de examinator aan de kant zat kon die niet horen wat ik allemaal zei. Ik liet mijn leerlingen een draaigijp doen rond mijn boot zoals we dat op de Gavers gewoon zijn. Maar dat vond de examinator niet goed. Het parcours moest volgens hem anders gelegd worden zodat de leerlingen van langs de kant konden draaigijpen. En omdat ik niet geslaagd was heb ik op het einde van de zomer van 2006 een week stage moeten doen in Nieuwpoort.

En was dat dan beter?
Ja, maar het was een nogal hectische week. Er waren 8 leerlingen, 3 stagiairs, 1 monitor, 1 stagebegeleider en 1 boot. Het was een beetje groepswerk. Afwisselend werd er met de boot gevaren. Het was eigenlijk bijna privéles, want per moni hadden we 2 of drie leerlingen. De moni deed bijna niks en de stagebegeleider observeerde enkel maar. Op de laatste dag was er een parcours te varen. Naar het einde toe begon dit de deelnemers te vervelen. Ik had dit opgemerkt en stelde mijn medestagiairs voor om het parcours te veranderen. De anderen wilden het parcours niet meer aanpassen, want het was volgens hen de moeite niet meer. Ik was het er niet mee eens en uiteindelijk heb ik zelf het heft in handen genomen. Ik ben naar de moni gegaan om de leerlingen terug te laten roepen. Dan heb ik het parcours aangepast door enkele boeien te verleggen. Tenslotte vroeg ik de andere stagiairs om het nieuwe parcours uit te leggen. Op die manier waren ze ook nog betrokken bij de verplichte aanpassing. Voor deze week was ik geslaagd dankzij die laatste ingreep. De enigste kritiek die ik kreeg was mijn licht dialectisch taalgebruik.

Geeft het lesgeven een bepaalde voldoening?
Het is leuk om bezig te zijn met iets wat je graag doet. En als je je leerlingen iets kunt leren … dan geeft dit wel enige voldoening. Het is ook goed voor je verantwoordelijkheidsgevoel en zelfvertrouwen
Ook privélessen zijn tof. Het voordeel aan privé zijn de zeer gemotiveerde mensen. Ze kiezen er namelijk zelf voor. Het is tof te zien dat die mensen dan zo rap evolueren op korte termijn.

Zou je het anderen aanraden om het ook te doen? En waarom?
Als ze echt graag surfen en als ze met de sport begaan zijn, dan raad ik het ze absoluut aan. Het is zoals Wouter me zei. Je leert enorm veel bij, maar dat kun je nooit leren door naar school te gaan. Het is echt iets helemaal anders. Je verantwoordelijkheid vaart er wel bij. Ook sta je sterker en zelfzekerder tegenover anderen.
Maar je mag het zeker niet onderschatten, want het kan zeer zwaar zijn. Je moet er echt mee bezig zijn. En dat maakt het veel zwaarder dan je zou denken. Dat maakt het tegelijkertijd ook plezierig

En waar surf je dan zoal?
Tijdens het jaar surf ik vooral op het Gavermeer. Op reis is dat dan op onze vaste spot in het zuiden van Frankrijk nl. Lac de La Ganguise. Dat ligt ergens op zo’n 50 kilometer van de zee tussen Toulouse en Carcasonne Op geregelde tijdstippen heb je daar de Tramontana-wind die stevig kan doorwaaien. Meestal gaan we eind Juli tot begin augustus. Voorlopig heb ik steeds op binnenwaters gesurft, maar daar komt binnenkort verandering in…

Wat wil je dit jaar bereiken in het surfen?
In 2008 wil ik op zee beginnen surfen. Eens proeven van het springen? Mijn moeder heeft dat wel zo niet zo graag . Ik zal beginnen door met Steven eens naar Gravelines te gaan of gewoon naar zee.

Wat trekt je aan om op zee te surfen?
Ik wil mijn grenzen verleggen. De wind is er constanter. Op de gavers is het meer wisselvallig en minder dan aan zee. Aan zee krijg je ook meer kans om te surfen.

Wat doe je zoal in de club?
In de zomer geef ik surfkampen. Dat doe ik het liefst van al. Daarnaast sta ik ook geregeld in de bar en dat is belangrijk voor de sociale opvang van nieuwe mensen waaraan je les gegeven hebt. Op die manier zien die mensen, toekomstige leden, een bekend gezicht. Heel belangrijk dus! Voorts geef ik nog zondagstrainingen ook.
En misschien ambieer ik later om in het bestuur mijn schouders onder de jeugdwerking te zetten. Dit jaar heb ik bijvoorbeeld een paar leden aangebracht. Ze surfen nog wel niet zoveel, maar toch… Maar voor het zover is, moet ik eerst zien hoe mijn eerste studiejaar verloopt en wat de plannen van Steven zoal zijn.

Wat vind je positief in de club?
De jeugdwerking die super blijft. Ook het familiale karakter van de club. Je bent er geen nummer. Je wordt zeer goed opgenomen in de groep. Iedereen staat open om elkaar te leren kennen. En dat zie je ook bij de jongeren, er zijn niet echt groepjes. Dat is een groot positief punt van de club.

Praat je graag over onze sport?
Ja, de meeste mensen die ik ken weten wel dat ik windsurf. Het is iets waar ik trots op ben. Bij voorstellingen zal ik het altijd vermelden.

Wat zijn de dingen die je in je leven nog wilt bereiken?
Ik zou graag binnen twee jaar afstuderen als bachelor in de toegepaste informatica. En daarna een schoon betaalde en leuke job vinden. Wat precies weet ik niet want mijn studiegebied is nogal ruim. Dat kan onder andere websites bouwen, programmeren, netwerkbeheerder, … zijn.

De trofee Raoul Termote? Wist je wat het was? Kende je die trofee?
Ja, omdat Pauline hem heeft gehad wist ik wat dat inhield.

Had je een vermoeden?
Ja, ik had een vermoeden. Ik hoopte er stiekem wel op. Dit klinkt wel wat egoïstisch, maar ik weet dat ik veel doe voor de club omdat ik het graag doe. Zelfs tegen mijn lief heb ik gezegd dat ik er op hoopte, want ik wist anders niet aan wie ze hem gingen geven. Op de avond van het clubfeest verklapte erevoorzitter Raoul zich door te zeggen ‘Ik zie je later vanavond nog.’

Hoe kwam het bij jou over toen je vernam dat hij dit jaar bij jou belandde?
Het was niet echt een verrassing, maar toch verschoot ik ervan. Het was een moment van ontlading! Een onbeschrijfbaar gevoel! Gelukkig!

Waar staat hij nu? Op je kamer? In de woonkamer?
In het salon op de vensterbank.


februari 2008
Stijn Nottebaert.